Speciale Regels
Speciale krachten op de kaarten hebben altijd voorrang op de algemene spelregels. Als een speler een kaart met een speciale kracht speelt, leest hij deze duidelijk voor. Onthoud: De teksten op de kaarten zijn zodanig geschreven, dat ze van toepassing zijn op de situatie waarin ze worden gespeeld, waarbij de speler tegen zijn tegenstander spreekt: “Ik” refereert aan jezelf, “jij” aan de tegenstander. Speciale krachten, die ervoor zorgen, dat andere kaarten worden genegeerd, hebben voorrang op alle kaarten, uitgezonderd kaarten met een BESCHERMDsymbool (zie “Beschrijving van de kaartsymbolen”). Als een kaart wordt genegeerd, gelden zijn waarden, symbolen en speciale kracht niet meer. Kaarten met de tekst “Jij mag geen…” hebben voorrang op alle speciale krachten, behalve op de speciale kracht “negeren”. Hieronder worden enkele speciale situaties, die tijdens het spel kunnen voorkomen, beschreven. Deze hoeven vóór het spelen niet te worden gelezen.
1. Als een speciale kracht het spelen van een bepaalde kaartsoort verbiedt, mag deze soort ook niet worden gespeeld als de betreffende kaart het verbod zou opheffen.
2. Als een speler de speciale kracht van één van zijn kaarten op een actieve kaart toepast en zijn tegenstander beïnvloedt deze kaart of legt hem af, mag de speler de speciale kracht op een andere actieve kaart toepassen. De speler die een kaart heeft gespeeld, bepaalt altijd op welke kaart de speciale kracht wordt toegepast.
3. Als een speciale kracht toestaat om een willekeurig aantal boosters te spelen, mag de speler volgens de algemene regels van de BOOSTER/SUPPORT fase nu ook nog één support spelen. Identiek aan hierboven, als een speciale kracht toestaat om een willekeurig aantal supports te spelen, mag de speler ook nog één booster spelen.
4. Als een kaart een speler een actie opdraagt, moet hij deze uitvoeren. Als hij niet in staat is om de volledige actie uit te voeren, moet hij de opdracht zoveel mogelijk uitvoeren. Sommige kaarten geven hem de optie om acties uit te voeren of zich anders terug te trekken, of 1 draak te verzetten. In deze gevallen moet hij óf de volledige actie uitvoeren óf hem helemaal niet uitvoeren.
5. Als men wordt gevraagd om een bepaalde vuur- of waterwaarde af te leggen, is het niet toegestaan om meerdere kaarten af te leggen die niet bijdragen tot het vervullen van de opdracht. Als meerdere kaarten hem opdragen vuur of waterwaarden af te leggen, moet hij iedere kaart afzonderlijk afhandelen.
6. Als men kaarten met een bepaalde kracht in een element (bijv. 8 vuur) mag afleggen om een draak aan te trekken, gelden slechts de waarden op de kaarten. Speciale krachten die deze waarden beïnvloeden, worden in dit geval buiten beschouwing gelaten.
7. Als meerdere speciale krachten de vuur- en waterwaarden van andere kaarten beïnvloeden, worden eerst
alle speciale krachten toegepast die de waarden verhogen, in een zodanige volgorde, dat iedere waarde wordt gemaximaliseerd. Daarna worden alle speciale krachten toegepast die de waarden verlagen, in een zodanige volgorde, dat iedere waarde wordt geminimaliseerd.
8. Sommige kaarten dwingen een speler om zijn handkaarten open neer te leggen. In dat geval legt hij alle kaarten uit zijn hand open voor zich op tafel. De kaarten blijven daar liggen, zichtbaar voor zijn tegenstander, tot ze zijn gebruikt. Deze kaarten gelden als handkaarten. Als de andere speler een kaart uit zijn hand mag trekken, mag hij, als hij dat wenst, een openliggende kaart kiezen. Kaarten, die de speler later ontvangt, worden niet opengelegd en mag hij dus gedekt op handen houden.
9. De spelers dienen er zeker van te zijn, dat de decks grondig worden geschud en in het bijzonder de leiderschapkaarten en de kaarten met PAAR- en BENDEsymbolen van elkaar zijn gescheiden. Als een speler zijn gedekte trekstapel of aflegstapel schudt, mag zijn tegenstander vragen om de betreffende kaarten nogmaals te schudden en/of te couperen, uiteraard zonder ze te bekijken.
10. Tijdens het spel bevinden de kaarten van een speler zich in eigen hand, op het speelbord of open naast het
speelbord. Kaarten uit de decks van beide spelers worden nooit gemengd. Men mag op ieder moment het aantal resterende kaarten in zijn gedekte trekstapel tellen en alle kaarten in zijn strijdperk bekijken. De spelers moeten op verzoek het aantal kaarten van hun trekstapel en hun hand aan elkaar bekendmaken. Eerder gespeelde leiderschapkaarten of kaarten uit de aflegstapels mogen niet worden bekeken, slechts de bovenste kaart van deze stapels blijft zichtbaar. De kaarten uit deze stapels mogen niet worden geteld.
11. Als een speler kaarten speelt in plaats van zich terugtrekt, maar ontdekt, dat hij niet in staat is om de kracht van de tegenstander te evenaren, gelden de volgende regels: Als de speler nog geen kaarten heeft opengelegd of getrokken, wordt het spel teruggedraaid naar de situatie voor het spelen van de karakterkaart. Als dat niet mogelijk is, omdat er inmiddels nieuwe informatie in het spel is, verliest de speler het hele spel met de maximum score van 4 kristallen.